Begin met een plan, maar houd je er niet aan

15 april 2020
#Reizen
#Dromen

Gingen we met z’n tweeën nog gerust zonder plan en zonder hotelreserveringen op stap, met twee jonge kinderen is een beetje planning geen overbodige luxe.

Toen wij net getrouwd waren, besloten we dat het een goed moment was langere tijd op reis te gaan. Onze allereerste, buiten-Europese bestemming was een toegankelijk backpackers-land: Thailand. We hadden ons redelijk voorbereid met behulp van een Lonely Planet en het eerste hostel alvast geboekt, toch wel relaxed als je aankomt na zo’n lange reis en ook al moet dealen met een cultuurshock van hier tot Bangkok. Maar voor de rest was onze agenda leeg, en lag de wereld aan onze voeten.

Toen we na een maand doorreisden naar Australië bleek dit zorgeloze bestaan voor de douane toch een issue, met oud en nieuw naar Sydney willen zonder hotel- of camperboeking en bovendien ‘vergeten’ je visum aan te vragen (moet dat dan?) blijkt best een duur grapje te zijn, (we eindigden in een luxe hotel dat ruim 200 euro per nacht kostte, maar gelukkig mochten we gewoon mee op onze vlucht.)

Je kunt niet voorkomen dat er onverwachte dingen gebeuren op reis.

Zélfs als je denkt alles tot in de puntjes geregeld te hebben, wordt je stressbestendigheid regelmatig op de proef gesteld. Je moet je daar dan maar gewoon aan overgeven. Sinds de komst van onze twee kids (en helemaal nu ze wat groter worden en de locatie van je hotel belangrijker is dan voorheen, de aanwezigheid van een restaurantje en zwembadje is geen overbodige luxe en helaas pas je op gegeven moment ook écht niet meer met z’n vieren op die tweepersoonskamer) wordt planning voor vertrek wat interessanter.

Het is niet onmogelijk om op de bonnefooi te reizen met kinderen, maar als je relatie je lief is, weet je dat het niet bevorderlijk is om twee vermoeide kinderen mee te zeulen in jouw zoektocht naar die ultieme plek van ontspanning en gezelligheid. Al is dit natuurlijk ook afhankelijk van de manier waarop je reist, met een camper of eigen auto ben je iets flexibeler. Alsnog geeft de hustle van arriveren op een vreemde plek, terwijl je opdringerige taxichauffeurs, boswachters, souvenir-verkopers én parkeerwachters van je af slaat, genoeg desoriëntatie voor een week, terwijl je ondertussen zwetend je bagage bij elkaar graait, de kapitein van dat kleine bootje betaald in een onmogelijke valuta met veel te veel nullen voor de komma én met elkaar probeert te overleggen welke kant je nu eigenlijk op moet. Laat staan dat je kind net een schone broek nodig heeft of door de lokale bevolking ongegeneerd wordt geïntroduceerd (en overgedragen) aan allerlei tantes en oma’s. Dan is het idee dat je straks lekker in dat zwembad ligt met die mooie palmbomen eromheen, wat je stiekem op je laptop onder werktijd al honderd keer hebt bewonderd, toch een cruciaal detail. Het is leven of dood. Alleen al omdat je nu tegen je kids kunt zeggen: “Stráks zijn we er lieverd. Dat zwembad, weet je nog?” Of, iets manipulatiever: “Als je nu niet ophoudt, mag je straks niet zwemmen.”

De briljante Stephen Covey stelt dat je moet beginnen met je einddoel voor ogen. Hoe meer je iets kunt visualiseren, des te groter de kans dat je dit ook echt bereikt. Wij oriënteren ons nu van te voren altijd goed op onze bestemming. Wat willen we doen en wat laten we links liggen? Welke eisen stellen we aan hotels? Waar worden we gelukkig van en waar worden de kids ook blij van? Meestal is een verre reis nu van a tot z geboekt (qua hotels) en dat maakt het ook makkelijker om de kinderen er al vroeg actief bij te betrekken.

Je verlekkeren aan foto’s van mooie hotels en blauwe zwembaden is ook voor de kids een goede voorbereiding op wat te wachten staat.

Onze gouden regel op reis is echter: begin met een plan, maar houd je er niet aan. Want de bestemming is niet het einddoel. Het doel is de reis op zich. Soms creëren we onze eigen gevangenis, en focussen we ons op controle, efficiency en regels in plaats van op richting, doel en een warm gezinsleven. Als blijkt dat dat ene hotel een geniale Photoshopper in de arm heeft genomen en dat blauwe zwembad niet blijkt te bestaan, of je de reis onderschat hebt en echt geen energie meer over hebt om wéér een shuttle van 6 uur te overleven met je kids, dan mag je best eens zeggen: “Wat zitten we hier lekker hè, schat. Zullen we anders hier gewoon nog even blijven?”

© Copyright 2020 Unravel Publishers